Denver-Denver 2014

 

Inleiding

Hier nog eens terugkomen zou zeker geen straf zijn en we gaan het dan beslist nog eens doen.  Dat is de laatste zin van ons vorige verhaal over Amerika (2013). We wisten niet dat het weerzien al zo snel zou zijn. We hebben voor 2014 ons oog laten vallen op een gebied dat volgens ons minstens zo interessant moet zijn dan het gebied dat wij in 2013 bezochten. Colorado werd het, een stukje Nebraska en South Dakota, Wyoming en dan via Utah weer naar Colorado. Denver-Denver in 21 dagen. Het is ons – net als vorig jaar – uitstekend bevallen. Sterker nog: onze voorkeur voor de States is er alleen maar door aangewakkerd. Prachtige natuur, soms met geen pen te beschrijven zo mooi, en zeer vriendelijke mensen, gezellige stadjes en goede wegen.  4000 km in ruim 20 dagen, we hebben van iedere kilometer genoten. De route loopt globaal gezien in een cirkel: Denver, noordwaarts Rocky Mountains, noordwaarts Cheyenne, noordwaarts Nebraska en South Dakota, westwaarts naar Wyoming, Yellowstone, zuidwaarts naar Grand Teton, zuidwaarts naar Utah en Durango, Colorado en oostwaarts naar Gunnison, Colorado Springs en Denver. We hebben bekende dingen gezien, maar zijn ook veel echte verrassingen tegen gekomen. We waren bijna drie weken in een prachtig ruig en nog redelijk onaangetast berggebied dat zijn weerga bijna niet kent.

                                   

       
      

16 juni 2014 Denver, Colorado

Het is maandagochtend en we staan in de file, niets bijzonders eigenlijk. Maar het is wel een file aan de andere kant van de wereld. Na een korte nacht (zestien uur vliegen en aankomst ’s avonds laat) zijn we vroeg opgestaan. We hebben zojuist bij het vliegveld onze huurauto opgehaald en rijden nu, zo rond een uur of half negen, van het vliegveld naar het centrum van Denver, een afstand van dertig kilometer. Het valt nog even niet mee, we moeten ons goed concentreren. Het is gelukkig mooi weer, zodat er ook nog wat van de omgeving te zien is: het grootstedelijke Denver en buurstad Aurora, met industrieterreinen, woonwijken met overwegend lage huisjes, wat vervallen buurten. Aan de horizon de besneeuwde toppen van de Rocky Mountains.  Je moet goed opletten op de snelweg: overal zijn afslagen, soms 3 naast elkaar en je moet op tijd op de juiste afslag rijden of soms juist op tijd naar links omdat je ineens op een afslag zit terwijl je gewoon rechtdoor moet. Maar afgezien daarvan is het prima rijden. We rijden feilloos op ‘ downtown’  aan, dat – zoals alle grote steden in de USA – vooral hoogbouw kent in het CBD, het Central Business District: voornamelijk banken en grote bedrijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We parkeren onze auto in een parkeergarage in Wynkoop Street, recht tegenover het fraaie station, dat verbouwd wordt. Na 100 meter slaan we linksaf 16th street in, de Mall. Dit is DE winkelstraat van Denver, anderhalve kilometer lang. Hij is gebouwd in 1982. Er is veel werk van gemaakt. De straat is mooi en voetgangervriendelijk ingericht. Er zijn veel restaurants, coffeeshops , kantoren, bedrijven en (wat minder) winkels. Er rijden gratis bussen van het ene naar het andere einde, en weer terug. Denver heeft zijn best gedaan, het ziet er grootstedelijk uit, Denver kan als megastad beslist meekomen, maar het mist allemaal net wat sfeer. De stad van ruim 2 miljoen inwoners is net iets meer dan een hele grote provinciestad. Conservatief kan ik het hier niet noemen, het ziet er redelijk modern uit. Iets meer sfeer is er op het Larimer Square (halverwege 16th Street  rechtsaf Larimer Street in en na 15th Street aan je rechterhand). Larimer Square is de oudste kern van Denver met historische gebouwen, pittoreske binnenplaatsen, oude gaslantaarns en vooral restaurants en nachtclubs. Aan het einde van 16th street vind je aan de overkant van E Colfax Street, op nummer 200, het parlementsgebouw: State Capitol, uit 1908. De koepel is bedekt met een laagje 24 karaats goud. Dan hebben we het in het centrum wel even gezien en rijden naar de Wall Mart (supermarkt) in Aurora en naar Mike’s Camera in dezelfde stad, waar Lione een wel heel goedkope (vergeleken met Europa) macrolens ziet en die wordt dus aangeschaft.

 

 

Aan het einde van de middag rijden we naar het Rocky Mountain Arsenal National Wildlife Refuge (6550 Gateway Road, Commerce City, CO 80022). Dit is een klein natuurpark aan de rand van Denver,  in het noordoosten bij het vliegveld. Eigenlijk is het een stadspark, maar daar merk je hier niets van. Er zijn verschillende trails te lopen, door het grasland, de wetlands en meer bosachtige gedeelten. Het is bijna stil hier. Er is wildlife, buffels bijvoorbeeld maar die zien we niet. Wel herten, vogels en de prairiehonden, kleine eekhoornachtige diertjes die op de prairie hun natuurlijke leefgebied hebben. Ze lijken veel op de stokstaartjes uit Afrika. Het landschap is een stukje prairielandschap met aan de horizon de half besneeuwde toppen van de Rocky Mountains, die even ten westen van Denver langslopen. Het is hier beslist mooi en vooral de vele bloemen zijn een mooi onderwerp voor Lione’s zojuist aangeschafte macrolens. Heerlijk hier, geen mens te bekennen. Dan wordt het tijd om naar het hotel te gaan. Het was vandaag een leuke eerste kennismaking met dit deel van Midden-Noord-USA. Morgen het echte werk!

Sleep Inn Denver Airport

15900 East 40th Avenue

Aurora (Colorado), CO 80011

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 juni Denver – Rocky Mountains NP (160 km)

We rijden snel Denver uit en slaan de snelweg naar het noorden op. Na verloop van tijd moeten we de 36 op, maar die is afgesloten vanwege herstelwerk door de zware winter. Afgesloten wegen zijn hier normaal, zeker in de winter, maar ook in de zomer kan het voorkomen als het hard heeft geregend (en ook dat is geen uitzondering hier). Ons wordt geadviseerd de 7 te nemen. Dat is bepaald geen straf.  We rijden nu door een wel heel afgelegen natuurgebied, de St. Vrain Canyon, het dal van het beekje de St. Vrain. De 7 loopt hier langs de voortrazende beek in een diep uitgesleten canyon. De weg is bochtig en dat maakt het spannend om te zien wat er achter iedere bocht is. Heel vaak een enorm mooi uitzicht. We passeren het plaatsje Nederland, daar zullen de Hollanders wel iets mee van doen hebben gehad en ja hoor, dat klopt. Midden in het berglandschap ligt aan de linkerkant van de weg St. Malo, The Chapel on the Rock. Een fraai uit natuursteen opgetrokken kapelletje. Omringd door de bergen lijkt het hier wel Oostenrijk. Inmiddels komen we langzamerhand in het nationale park Rocky Mountains. We stoppen bij Lily Lake, de eerste kennismaking met een bergmeer, we zullen ze nog veel zien.  Dan rijden we Estes Park binnen. Estes Park is een zeer bekende en geliefde bergstad. Het is een mooi aangelegd (op zijn Amerikaans: schoon, overzichtelijk, fraai ingericht en aangekleed) toeristenstadje. We rijden eerst even langs Stanley Hotel,een oud en mooi hotel dat als voorbeeld diende voor het boek en de film The shining. Jack Nicholson moet met zijn gezin de hele lange winter (de plaats is verder compleet verlaten) op een ingesneeuwd hotel passen en draait volledig door. Het zal hier ’s winters niet direct compleet verlaten zijn, maar bij dat ingesneeuwde kan ik me wel iets voorstellen. Het hotel ligt er mooi, dramatisch omringd door hoog oprijzende rotsen (333 East Wonderview Avenue).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We gaan eerst naar onze kleinschalige familielodge en dan het nationale park in.Dit wordt een rit op hoog niveau.  Met een oppervlakte van ruim 1.000 vierkante kilometer (bijna de provincie Utrecht)  biedt dit park een prachtig berglandschap met dito vergezichten en ruim 150 meren. Hier leefden ooit de Ute Tribe en Arapaho indianen. Meer dan zestig bergtoppen zijn hoger dan 3.700 meter en het hoogste punt is Longs Peak met een hoogte van maar liefst 4.300 meter.

Bij de entree van het park schaffen we ons de ‘America the Beautiful Pas’ aan 80 dollar. Deze pas geeft (verder gratis) toegang tot veel nationale parken en we zullen hem vaak gebruiken. We rijden over de hoogst gelegen weg van Amerika, de Trail Ridge Road. De bochtige weg klimt geleidelijk tot aan 3700 meter. We hebben fantastische uitzichten. Deze weg is ’s winters afgesloten en zelfs ’s zomers is het niet helemaal ongevaarlijk om hier te rijden, zeggen ze hier, vanwege de snel veranderende weersomstandigheden op deze grote hoogte. Ook nu, half juni, liggen er nog de nodige  sneeuwrestanten langs de kant van de weg. We komen op het hoogste punt van Amerika dat via de weg bereikbaar is: 3713 meter.

 We rijden daarna nog een klein stukje, tot aan Medicine Bow Curve, op 3540 meter hoogte, maar je kunt verder rijden (je gaat dan naar beneden naar Grand Lake). Morgen gaan we nog meer van dit park zien, nu gaan we even de stad bekijken.

 Coyote Mountain Lodge,

1340 Big Thompson Avenue

Estes Park (Colorado), CO 80517

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 juni Rocky Mountain NP – Cheyenne (160 km)

Ik sta voor de ingang van Bear Lake, dat op 2900 meter hoogte midden in het park ligt. Het valt me maar weer eens op hoe vriendelijk Amerikanen zijn. How are you guys doin’ today?  vraagt de parkwachter ons en dat doet iedereen hier. Ook op de weg (soms rijd ik langzaam of aarzel ik nog een beetje) geen onvertogen woord of gebaar. Amerikanen hebben wat meer tijd, zijn rustiger en relaxter dan wij. Na de ingang loop ik 50 meter en dan heb ik een verbluffend mooi zicht op Bear Lake, nog geen kilometer in doorsnee. Het ligt sereen tussen de met fraaie bomen begroeide rotsen en de bergen die het meer omringen. We lopen de trail om het blauwe meer heen en staan vaak stil bij de mooie doorkijkjes. We maken veel foto’s. Ook hier glijden en glibberen we soms over de platgetrapte sneeuwlaag. Het is schitterend weer,de besneeuwde toppen van de imposante bergreuzen steken mooi af tegen de strakblauwe lucht. Omdat de weg naar Bear Lake nogal steil is, kun je je auto parkeren op een parkeerterrein, enkele kilometers ervoor en vervolgens met de bus mee naar boven. Uiteraard kun je ook uitstekend lopen, heen of terug.

Als we even later in Estes Park een hardware store binnenlopen, vraagt men zoals gewoonlijk wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Als we antwoorden: naar Cheyenne wordt er gezegd: zou ik niet doen, ik zou meteen doorrijden naar South Dakota.  Cheyenne, je wilt er niet zijn! Maar het is al laat in de middag, de afstand naar South Dakota nog zeker 550 km, dus we rijden toch maar naar Cheyenne, in het zuidoosten van de staat Wyoming. Het eerste deel van de route is weer imposant: door de bergen, langs een riviertje, slingerend, kronkelend, groen, harder dan 25 gaat bijna niet. Het is fantastisch rijden hier over de 87 naar het noorden, door Roosevelt Forest, land van de Pawnee Indianen, bossen en prairies. Richting Loveland, Fort Collins. Daarna, eenmaal op de snelweg naar Cheyenne wordt het saai en het begint bovendien te regenen. We zitten ’s avonds in ons motel op een industrieterrein (niet uitzonderlijk in de States). Naast ons een enorm spoorwegemplacement waar al even enorme goederentreinen komen langs denderen. Cheyenne blijkt aan de spoorweg ‘van kust naar kust’ te liggen. De van de regen glimmende spoorrails, het lawaai van de treien, het natte koude weer, het is bepaald een beetje ‘depressing’ . Wyoming heeft een niet zo mooie hoofdstad gekozen, zo lijkt het wel.

Hotel La Quinta Inn  Cheyenne  2410 West Lincolnway, Cheyenne (Wyoming), WY 82009

 

19 juni Cheyenne – Custer via Nebraska (430 km)

De volgende dag ziet het er een stuk beter uit. Zonnig en al lekker warm. Vandaag rijden we naar South Dakota, naar de Black Hills. Er zijn daar zo veel bijzondere dingen te zien dat we er maar liefst drie dagen voor hebben uitgetrokken. Eerst rijden we van zuid naar noord dwars door de staat Nebraska, een dunbevolkte staat zo weten we. En dat blijkt te kloppen. Eigenlijk zie je hier alleen maar vlaktes, golvende prairies, af en toe wat rotsen. Wuivend gras op de mooie groene prairies met af en toe een boerderijtje boven een klein heuveltje, begroeid met allerlei kleuren bloemen. Een idyllisch en leeg landschap, the little house on the prairie, maar op de een of andere manier fascineert die leegheid me. We moeten hier honderden kilometers door heen. Het ziet er, nu in juni, lieflijk uit, maar ik stel me voor hoe het hier ’s winters is. Snoeiharde poolwinden die ongehinderd door wat dan ook vanuit de Noordpool enorme hoeveelheden  sneeuw over de vlakte brengen, met  zeer strenge vorst. Het waait dan door alles heen. Wat beweegt een mens om hier te gaan wonen…. Of te gaan rijden? De weg is kaarsrecht, honderd kilometer, tweehonderd kilometer, geen dorp te zien. Ook geen ander teken van leven trouwens. Geen auto’s. Hier op de Great Wide Open zijn we voor 400 km alleen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het enige dorpje op onze route ligt halverwege, op 200 kilometer: Scotts Bluff. Even buiten het stadje is een historic site, een geschiedkundig belangwekkende plaats, waar je er in Amerika in ieder dorp wel een paar van aantreft. Immigranten die rond 1850 – 1880 vanuit St. Louis naar California trokken - in de hoop een nieuw bestaan op te bouwen-  trokken hier voorbij.  Tienduizenden, honderdduizenden moeten er hier langs gekomen zijn. Hoog op de rotsen die aan weerszijden van de trail oprijzen stonden de meereizende ‘ bewakers’  op de uitkijk of misschien wel de Sioux Indianen die hier woonden, wetende dat het einde van hun tijdperk nabij zou zijn. De blanke immigranten op hun beurt wisten dat de eindeloze prairies nu voorbij waren en dat de moeilijke bergen, de laatste barrière die genomen moest worden, er nu aan kwamen.  Scotts Bluff National Monument  heet het hier nu. Een mooie en interessante plek om even te stoppen en de geschiedenis tot je te nemen. Dit was ooit het land van de tienduizenden buffels. Men probeert ze nu weer terug te brengen in het landschap. Het is een misdaad om zo maar een buffel neer te schieten (en terecht). In South Dakota zie je ze, soms in grote getale, op verschillende plaatsen.  Wij zien ze voor het eerst, vlak voordat we de grens met South Dakota bereiken, in het prachtige land, grazend op de hellingen van groene heuvels. Dan volgt er meer bebouwing, bomen, veranderend landschap: de Black Hills. We stoppen in het stadje Hot Springs. Zoals zoveel stadjes die we hier nog zullen zien is Hot Springs een western stadje, zorgvuldig behouden of misschien wel juist gerestaureerd. Men is hier trots op zijn geschiedenis, de geschiedenis van het wilde westen, how the west was won. Ook de wilde westen-mentaliteit leeft hier nog wel. Veel mannen met cowboyhoeden op, rodeo’s. Natuurlijk is het ook zeker comfortabel en modern. Maar het wilde westen kom je overal op de een of andere manier wel tegen. Wat je hier ook veel ziet zijn de motorrijders. Met tientallen tegelijk komen ze soms de kleine westernstadjes binnenrijden, tientallen motoren staan er ook geparkeerd in de centra. Het zijn niet de echte bikers, maar vaak oudere Amerikanen, vijftigers, zestigers, die in hun vakantie op hun motorhomes rondtouren. Het is erg populair hier. Het geeft ook wel levendigheid en sfeer in de stadjes.

Dan komen we aan in Custer, een bijzonder klein stadje, centraal gelegen in de Black Hills, leefgebied van de Oglala Sioux indianen. Custer is naar General George Armstrong Custer vernoemd en werd in 1875 als nederzetting door goudzoekers gesticht onder de naam Stonewall en kort daarna omgedoopt tot Custer. Van hieruit kun je eigenlijk het beste alle attracties van de Black Hills bereiken.

Comfort Inn and Suites, Custer

339 West Mount Rushmore Road

Custer (South Dakota), SD 57730

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 juni Custer

Natuurlijk gaan we naar Mount Rushmore, slechts 40 km van Custer verwijderd. Mount Rushmore is de berg met daarin de uitgehakte hoofden van vier presidenten. Tussen 1927 en 1941 hebben ruim 400 arbeiders onder leiding van Gutzon Borglum hier 18 meter hoge busten van George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln naast elkaar in de rotsen uitgehakt,  56 m breed.  Het idee ontstond omdat het nodig werd gevonden dit inderdaad schitterende gebied toeristisch gezien wat leven in te blazen. En dat is gelukt. Op het Grand View Terrace voor de hoofden staan drommen mensen. Ik hoor iemand aan een ander vragen: Je hoeveelste keer hier? Antwoord: 20e keer. Vraag: hoe vond je het de eerste keer? Antwoord: ‘ Tears in my eyes, I was crying’. En dat geloof ik wel. Als echte Amerikaan moet je dit minstens 1 keer in je leven gezien hebben. En ze raken intens ontroerd.  We lopen de Presidential Trail, een pad dat naar achteren loopt, dicht onder de hoofden en dan weer terug naar de ingang. Je hebt zo een nog beter zicht op de vier presidenten.

Als we terugrijden richting Custer om het Crazy Horse Memorial te bezoeken, zien we langs de kant van de weg een bordje: ‘ Helicopter flights’.  We aarzelen geen moment, we draaien de weg af, het terrein op en we boeken een vlucht van 20 minuten. Even later zoeven we over de Black Hills. We komen langs het Crazy Horse Memorial.  In 1939 werd de Pools-Amerikaanse beeldhouwer Korczak Ziolkowski door de Siouxleider Henry Standing Bear gevraagd een ontwerp te maken voor een monument ter ere van de negentiende-eeuwse Lakotaleider 'Crazy Horse'. Hij ontwierp een sculptuur van een galopperend paard met daarop Crazy Horse. Het zou moeten worden uitgehakt in een geschikte granietrots van Black Hills, een lengte krijgen van 195 meter en een hoogte van 172 meter en daarmee het grootste uit natuursteen gehouwen beeld ter wereld worden.  Inmiddels is het hoofd af, er is 50 jaar aan gewerkt, de hoogte van het hoofd is 27 meter. Of het ooit afkomt?? We hebben vanuit de helikopter een indrukwekkend mooi zicht op Crazy Horse. Je kun dit vanaf de grond natuurlijk bezoeken. Wij vonden de entree (10 dollar) om even naar een hoofd te kijken, dat we ook al vanuit de lucht hadden gezien, te hoog en zijn na het nemen van een paar foto’s (stiekem) het park weer uitgereden.  De vlucht is verder fantastisch, we zien grote groepen buffels op de groene weiden onder ons, we zien kloven, bergtoppen en bossen. ’s Middags maken we een stop (lunch) in Hill City, een levendig westernstadje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21 juni Custer

You’ll never know what you’ll see around the corner’ is een slogan die ik ergens las en die op Custer State Park slaat. En dat klopt helemaal. Rijden door CSP is een spannende rit waarbij je je voortdurend verbaast over wat je na een volgende bocht weer tegenkomt.  Er zijn drie routes te rijden in het park, ieder van ongeveer anderhalf uur: de wildlife loop, de needles highway en de iron mountain road. We doen de eerste twee. Needles highway is een smalle weg die loopt door een mooi bosgebied met ruige grillig gevormde granieten rotsen, die als naalden omhoog steken. Even verderop ligt Sylvan Lake, een prachtig meer met mooie rotspartijen om het meer heen. We maken een wandeling. Dan gaat het weer verder over Needles Highway. Soms klimt de weg naar grote hoogten, er moeten haarspeldbochten genomen worden en er zijn een paar nauwe doorgangen door de tunnels (net iets breder dan een gemiddelde personenauto).

Hoewel het ’s ochtends mooi weer is betrekt het in de middag. Er volgt onweer. We gaan terug naar ons motel en later op de middag vertrekken we weer voor de wildlife loop. Dit is een waanzinnig mooie loop: aan weerszijden van de rustige weg verse groene golvende weiden afgewisseld met bomenpartijen, grazende buffels, weidse landschappen. Rust. We doen het op ons gemak maar inmiddels wordt het snel donker. Opnieuw regen en onweer en we rijden snel het park uit naar Custer. Daar hebben we geweldig gegeten!

Comfort Inn and Suites, Custer

339 West Mount Rushmore Road

Custer (South Dakota), SD 57730

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

22 juni Custer – Badlands NP – Wall (130 km)

We vertrekken uit Custer om naar het Badlands National Park te rijden. Het is relatief dichtbij, zo’n 125 km naar het oosten, voorbij Rapid City.  Het is noodweer, de regen gutst naar beneden. Als we na 2 uur bij Badlands aankomen spettert het nog wat en dan wordt het droog. Badlands, woongebied van de Lakota indianen, die hier een hard en ruig leven leidden, is bijna 1.000 vierkante kilometer groot en bestaat uit prachtige kleurige rotsformaties met verschillende lagen, afgewisseld met prairie landschappen. Op bepaalde plaatsen hebben de formaties iets weg van een maanlandschap. Zo staat het ergens beschreven maar dit doet het park niet helemaal recht. Het is nauwelijks te beschrijven hoe bijzonder, hoe bijna buitenaards dit landschap is:  groene prairievlakten die diep worden doorsneden door kleurige rotsen, ravijnen en canyons, waarvan je de verschillende gekleurde lagen goed kunt zien. De foto’s moeten hier maar voor zich spreken.

We rijden de Loop Road, een weg van 64 kilometer dwars door het park. We stoppen om de zoveel seconden, wij vinden alles mooi, hier kom je bijna niet vooruit!! We zien ook hier weer de nodige prairiehonden, buffels en berggeiten.

Het valt me vandaag maar weer eens op: veel amerikanen zien er nogal ‘shabby’  uit, slecht en rommelig gekleed en verzorgd. Ze geven blijkbaar niet veel om uiterlijk, ze zijn vaak ook nogal dik, meer dan bij ons. Maar zonder uitzondering zijn ze bijzonder aardig. We zien ook veel oudere hippies: veel grijze paardenstaarten. De cultuur uit de jaren 60 en 70 heeft – in ieder geval hier in de provincie – veel indruk gemaakt en is er nog steeds. Ook op de radiostations horen we veel jaren zestig muziek. 

Econo Lodge, Wall

804 Glenn Street

Wall (South Dakota), SD 57790          

                                             

 

23 juni Wall – Deadwood via Rapid City (180 km)

Na het vertrek uit onze lodge bezoeken we het Wounded Knee museum. Het oude is afgebrand in 2010, het nieuwe bevindt zich tegenover Drug Wall (een groot winkelcentrum, heel toeristisch, dat we gisteravond al bezocht hebben). Dit museum staat o.a. in het teken van de (officieel)  146 indianen die op 29 december 1890 vermoord werden bij het in de buurt gelegen Wounded Knee, door het Amerikaanse leger. Ik heb hierover een apart verhaal geschreven, dat ook op deze site te vinden is.

In Bear Country USA, even ten westen van Rapid City, aan de snelweg (13820 South Highway 16, Rapid City) kun je met je auto rondrijden in een park, tussen de loslopende beren, hebben we gehoord. We doen het, maar het valt ons wat tegen. Ten eerste rijd je in file en kom je nauwelijks vooruit. Ten tweede zie je wel beren langs de kant van de weg, maar het heeft voor ons allemaal een net iets te hoog ‘dierentuingehalte’. Ook wolven en bisons zien we, en bergleeuwen in een hok, maar we zien die liever in de vrije natuur.  Wat teleurgesteld (de Amerikanen zelf vinden het een top-attractie!) rijden we naar Deadwood.

Deadwood, is een voormalig settlement van gouddelvers. Onderweg komen we door het stadje Sturgis, bij motorliefhebbers bekend van de Sturgis Rally. We slenteren hier door het centrum, zien veel motors geparkeerd en we drinken bij de Starbucks koffie. Deadwood is een typisch 'wilde westen' stad met vele casino's, bars, restaurantjes en historische gebouwen. Voor ons is het een tussenstop maar wel een hele aardige. Wat eten betreft zitten we hier slecht: geen enkel behoorlijk restaurant te vinden, alleen maar fast food: kip met een crispy crunchy krokante laag (dat zit eigenlijk om alles heen), frites, burgers, ketchup (over alles!), veel, groot.  Bij het ruiken van de weeïge vettige walmen en geuren hebben al gegeten en gedronken!

Spring Hill Suites by Mariott,

322 Main Street

Deadwood (South Dakota), SD 57732

        
                                                                                                                
                                                                                                                                         

 

24 juni Deadwood – Buffalo en 25 juni Buffalo – Cody (620 km)

Twee lange reisdagen, nodig om de grote afstand naar Yellowstone te overbruggen. Via het Black Hills National Forest rijden we naar Buffalo. Onderweg stoppen we nabij het plaatsje Sundance (je moet er een klein stukje voor omrijden) bij het Devils Tower National Monument, een gigantische monoliet van 264 meter hoog. Deze rots werd in 1906 door President Theodore Roosevelt aangewezen als het eerste nationale monument van het land. Deze locatie werd ook gebruikt voor de opnames van de film Close Encounters of the Third Kind. Er loopt een weg omheen, maar wij doen het met een paar foto’s en rijden verder naar Buffalo.

Onderweg naar Buffalo rijden we door the Bighorn Mountains en Ten Sleep Canyon. We wisten niet dat het hier zo mooi zou zijn. We vinden het een echte verrassing en we vinden ook dat we er eigenlijk een aparte dag aan hadden moeten besteden.  Het is een prachtig bergachtig gebied, de weg klimt moeizaam, boven hebben we adembenemende uitzichten en dan via haarspeldbochten weer naar beneden, totdat het weer opnieuw begint. Een boeiende route en een genot om hier te rijden!

Cody is een wat grotere plaats met een gezellig flink centrum. We hebben (voor 20 dollar per stuk) kaartjes gekocht voor de rodeo. Om 20.00 begint het feest. Hier in Cody zeggen ze zelf: wij zijn de grootste, wij zijn de Rodeo Capital of the World. In ieder geval hebben ze er een groot stadion voor gebouwd.

Als we het parkeerterrein over lopen naar het stadion komt een geur van paardenpoep, popcorn en vette frites ons al tegemoet. De controleurs aan de ingang, met cowboyhoed uiteraard, hebben grote bekers cola in hun hand. Rodeo wordt hier als topsport gezien. Het is ooit ontstaan uit verveling en om de skills van de koeienjongens te oefenen. Op een paard gezeten een koe vangen of zolang mogelijk op een bokkend paard blijven zitten. Daar gaat het dan om. Hoewel men in Amerika verzekert dat misstanden van vroeger niet meer voorkomen twijfelen we daar aan. Waarom bokt het paard anders zo? Als de berijder op de grond geworpen is, komen andere koeienjongens om bij de buik van het paard snel iets los te maken. Vermoedelijk te strak aangetrokken riem. Dierenmishandeling dus, en we besluiten – na een half uurtje van deze ‘ folklore’  te hebben meegemaakt – het stadion te verlaten. ‘ Are you guys all havin’ a good time?’  schreeuwt een man door een microfoon. En het volk schreeuwt terug: Ja. Vreemd eigenlijk: het zijn dierenliefhebbers bij uitstek, Amerikanen, ze vertroetelen hun hondjes en trekken ze poppenkleertjes aan, maar een paard dat bokt van de pijn vinden ze geen probleem. Een dame op een paard met de Amerikaanse vlag in haar hand rijdt statig haar rondje door het station. Een stukje onvervalst Amerikaans patriottisme, dat dus nog wel degelijk bestaat, in ieder geval hier in het wilde westen. Het publiek zal toen wij vertrokken (wij stonden vooraan, dus het valt op) ongetwijfeld gedacht hebben: wie gaat er nu al weg? The party moet nog beginnen! ’s Lands wijs ’s lands eer, denken we maar. Zie ook ons aparte verhaal hierover.

 

Cross Roads Inn, 75 North Bypass Road, Buffalo (Wyoming), WY 82834

Bear Tooth Inn, 2513 Greybull HighwayCody (Wyoming)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

26 juni Cody – Yellowstone NP (160 km)

Yellowstone National Park is misschien wel het mooiste nationale park van Amerika. Dit park is bijna 9.000 vierkante kilometer groot. Het is een hoogvlakte (gemiddelde hoogte is 2600 meter) waarin diepe kloven en canyons zijn ingesleten, met meren en hoge bergtoppen, adembenemend mooie rivierdalen, woeste watervallen, een rijk dierenleven. Grote delen zijn vulkanisch actief waardoor we zullen kennismaken met diverse natuurwonderen die hierdoor ontstaan zijn en nog steeds ontstaan. Dit park biedt een thuis aan talloze dieren zoals bizons, elanden, herten, beren, coyotes, wolven, berggeiten, bighorn schapen, valken, adelaars en zwanen. Eigenlijk hoef ik geen reclame te maken voor Yellowstone. Iedereen zal het met me eens zijn: dit is het summum aan natuur.

Er zijn twee loops te rijden die op elkaar aansluiten, eigenlijk een grote acht dus. We nemen eerst de onderste nul van de acht, een stukje langs het meer en dan west- en noordwaarts richting Upper Geyser Basin. In dit gebied van ongeveer vijf vierkante kilometer vindt je een kwart van alle geisers ter wereld! Er is 11 kilometer aan voetpaden aangelegd om alle bijzondere thermische natuurwonderen van dichtbij te kunnen aanschouwen. De Old Faithful Geyser spuit ongeveer elke 76 minuten gemiddeld 30.000 liter kokend water 30 tot wel 55 meter de lucht in. Een eruptie duurt 1 tot 5 minuten. Wij hebben de eruptie van Old Faithfull net gemist. Na een dag genoten te hebben, vooral ook van de elks en de buffels en elanden, komen we bij Yellowstone Lake ,waar we rond 10 uur de prachtige zonsondergang boven het meer zien met de gloeiende bergtoppen op de achtergrond.

Lake Lodge  Western Cabin, Old Faithful Bypass Road - Po Box 165 - Wy 82190, Yellowstone National Park (Wy)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

27 juni Yellowstone

Vandaag rijden we naar het noorden van het park, naar Mammoth Springs,. We rijden door een onverwacht hoog, bergachtig deel, met mooie haarspeldbochten en de weg soms vlak langs een diep ravijn. Uit diverse warmwaterbronnen stroomt ongeveer 2.000 liter heet water per minuut die calciumcarbonaat aan de oppervlakte brengen. Het water koelt af en het calciumcarbonaat kristalliseert als witte kalksteen. De bronnen hebben prachtige kleuren en over looppaden kun je er vlak langs lopen. Een bijzondere ervaring.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eén van de mooiste gebieden in het Yellowstone National Park is "The Grand Canyon of the Yellowstone". Ten westen van de weg tussen Roosevelt en Canyon Village stroomt de Yellowstone River door het indrukwekkende ravijn Grand Canyon of the Yellowstone. De kleuren die de rotsen hebben zijn adembenemend, je weet niet waar je het eerst kijken moet. De Yellowstone River heeft haar naam te danken aan de gele klei op de zandbanken in de buurt van de plaats waar de rivier samenvloeit met de Missouri. Het ravijn, dat een lengte heeft van ongeveer 32 kilometer, werd pas veel later “Grand Canyon of the Yellowstone” genoemd. De diepte varieert tussen 240 en 360 meter, en de breedte gaat van 450 tot 1200 meter. Het is een erg jong ravijn, waarschijnlijk niet meer dan 14.000 jaar oud. Vanuit Canyon Village kan je per auto diverse punten bereiken vanwaar je een schitterend uitzicht hebt op dit ravijn en op de beroemde watervallen Upper en Lower Falls. Vooral Lower Falls is erg indrukwekkend, de waterval is 93 meter hoog en dat is 2x zo hoog als de Niagara watervallen. Upper Falls is 33 meter hoog. Je moet echt de tijd nemen om alle prachtige punten goed te kunnen bekijken, het is echt de moeite waard! Vooral Artist Point is indrukwekkend. Het doet zijn naam eer aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het weer is jammer genoeg wat minder. Toen wij weer thuis waren van deze reis hoorden wij dat het in Yellowstone ruim 30 graden was. Dat komt voor. Toen wij er waren, waren de temperaturen heel gemiddeld voor juni, zo’n 15 graden, maar wel regelmatig regen. ’s Nachts zat het dichtbij nul graden. In de cabin was het koud.

Dan volgt volkomen onverwacht een (tijdelijke) onderbreking van het programma. We gaan er niet dramatisch over doen en we zullen er kort over zijn. Lione wordt op de derde dag Yellowstone ernstig ziek en wordt opgenomen in het ziekenhuis in Jackson Hole, 160 km verderop. Na 4 dagen wordt zij daar ontslagen en reizen we verder. Dit betekent wel dat we vier verloren reisdagen hebben die we niet meer kunnen ‘inhalen’. We vliegen daarom van Jackson naar Durango en pakken daar de draad weer op.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rene heeft in die vier dagen, behalve in het ziekenhuis, in Jackson Hole en in het Grand Teton NP doorgebracht. Grand Teton is 60 kilometer lang en 38 kilometer breed. Voor Amerikaanse begrippen misschien een klein park maar daarom niet minder indrukwekkend met haar prachtige flora en fauna. Het park heeft als hoogste berg de Grand Teton met een hoogte van 4.197 meter. In het park liggen acht grote meren omringd door prachtige, uitgestrekte naaldbossen. Jackson Hole is een aangename, relaxte en verzorgde plaats. Veel restaurants en winkels. Het ligt prachtig tegen een steile groene berg aan.

1 juli Jackson Hole

Zodra Lione uit het ziekenhuis is ontslagen (nog lang niet hersteld) proberen we samen nog iets van Jackson Hole en omgeving te zien. We bezoeken het National Elk Refuge. Het woord zegt het al: een toevluchtsoord voor elken. De elk (vaak wordt hij verward met de eland) is een bijzonder groot dier uit de hertenfamilie. Het elk refuge bestaat uit weilanden en wetlands aan de voet van de bergen. We zien hier bighorn sheep, trumpeter swans en ganzen en talloze vogels. National Elk Refuge is opgericht in 1912 om de leefomgeving te beschermen van en veiligheid te bieden aan een van de grootste kuddes elken ter wereld. De schuilplaats biedt ’s winters een tehuis aan 7.500 elken en dat moet een prachtig gezicht zijn: die majestueuze dieren in het besneeuwde berglandschap. Maar ook in de zomer vinden wij het hier prachtig. Wat een rust, af en toe onderbroken door een voorbij fladderende vogel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘s Avonds rijden we langs de T.A. Moulton Barn. Toen de Mormonen zo rond 1850 steeds vastere voet aan de grond kregen in Salt Lake City vonden ze dat het geloof ook maar eens verder verspreid moest worden: enkele families werden uitgezonden naar het noorden, naar Grand Teton. De boerderijen en stallen van de familie Moulton (die hier rond 1880 een bloeiende gemeenschap hadden) staan er veelal nog en de schuur van T.A . (Thomas Alma) Moulton is inmiddels een geliefd object voor fotografen geworden.  Het lukt mij niet om hele goede foto’s te maken, Lione brengt het er iets beter van af. Prachtig om zo tegen zonsondergang in dit ruige stille gebied met toch een zekere geschiedenis rond te dwalen, denkend aan het harde leven dat de Moultons hier ongetwijfeld zullen hebben geleefd. Zie ook ons aparte verhaal hierover (T.A. Moulton Barn: vanuit Jackson Hole, N via de 26/89/191, plm 22 km, dan na Moose rechtsaf de Antelope Flats Roads op , daarna na 2 km naar links : Mormon Row)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 juli Jackson Hole – Durango  (ongeveer 800 km)

Op 2 juli vliegen we van Jackson Hole naar Durango. Dit is een lange reisdag waar niet zo veel over te vertellen is. We vlogen met National Airlines en dat is ons prima bevallen. Op het vliegveld staat onze nieuwe huurauto al klaar. Durango is een toeristische plaats, hoog in de bergen van Colorado, met een mooi historisch en gezellig centrum. We eten heerlijk bij de Mexicaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 juli Durango

In 1881 werd in de toen zojuist gestichte stad Durango in Colorado begonnen met de aanleg van de bijna 80 kilometer lange spoorweg naar Silverton. Nog geen elf maanden later was hij klaar. En dat mag gerust een meesterlijke prestatie genoemd worden. De lijn gaat dwars door ruig berggebied en overbrugt een hoogteverschil van maar liefst 800 meter. Durango ligt op een hoogte van 2000 meter en Silverton  (531 inwoners) ligt op 2837 meter hoogte. De reden voor aanleg was destijds de vermeende goud- en zilvervoorraad in de bergen. Langs een spannend traject vol met steile kloven, prachtige uitzichten en de woest stromende Animasrivier kun je de rit maken. Het leukst is de rit vanaf Silverton naar beneden. (Je gaat dan eerst per bus naar Silverton). Je stoomt in drie uur tijd door de adembenemende en woeste San Juan Mountains. Een schitterende en onvergetelijke rit!

Het moet gezegd: het is niet goedkoop. Wij hadden de Silver Vista Coupe, 175 dollar (130 euro), maar dan heb je ook fantastische zitplaatsen, en een open raam plus balkon (en koffie…..). Wij hadden het er in ieder geval voor over. We vonden het iedere dollar waard. Dit is zo populair dat je vaak maanden of zelfs een half jaar van te voren moet boeken. Silverton zelf is een typisch westernstadje, met een geasfalteerde hoofdstraat; de andere straten zijn bedekt met grind of kiezels.

Historische Durango-Silverton trein (Narrow gauge stoomtrein)

Adres: 479 Main Avenue, Durango.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4 juli Independence Day   Durango - Gunnison (275 km)  

We rijden over de 550 noordwaarts richting Silverton, we stoppen hier even om de sfeer rond de feestelijkheden (het is de 4th of July) te proeven. Dan gaan we door de San Juan Mountains naar Montrose. Daar rechtsaf de 50 op, langs de Gunnison rivier. Na 10 kilometer vind je dan aan de linkerkant de weg naar het nationale park Black Canyon of the Gunnison. Het is een klein park dat 27 km van Montrose ligt en 105 km van Gunnison.  In feite is het een zeer diep ravijn, doet denken aan de Grand Canyon.  Een steile, donkere en zeer ruige canyon.  We rijden de North Vista Trail en hebben regelmatig fascinerende uitzichten. Dit wordt niet door veel toeristen bezocht, het ligt buiten de toeristische paden, een nogal afgelegen wildernis dus.  Wij vonden het de moeite waard, en adviseren iedereen die hier in de buurt komt het beslist niet links te laten liggen. Je mist echt iets.

Gunnison is onze eindbestemming voor vandaag. We rijden een bijzonder panoramische route, langs Blue Mesa Lake, het grootste meer  van Colorado in een werkelijk schitterende omgeving.  Zalmen en forellen maken het hier tot een waar vissersparadijs.  We schieten hier schitterende foto’s, we stoppen echt zo ongeveer om de halve kilometer. Gunnison zelf ligt in een dal. In de winter komen hier de laagste temperaturen van Amerika voor omdat de grond in het dal de vrieskou vasthoudt. In de zomer is het redelijk warm met in de namiddag vaak een stevige onweersbui. Zo ook vandaag, op 4 juli, als wij de stad binnenrijden. Van feestelijkheden was in Silverton nog wel sprake, een gezellige sfeer, maar hier is er weinig te doen. Het beloofde vuurwerk komt er wel, maar valt ook al tegen.

 Gunnison Western motel 403 East Tomichi Avenue Gunnison (Colorado), CO 81230

                                                                                                                    

5 juli Black Canyon Gunnison NP – Denver (430 km)

Door de schitterende berg- en bosgebieden van de staat Colorado rijden we via Salida, Buena Vista en Woodland Park naar Colorado Springs. In het uiterste westen van deze stad ligt het park Garden of the Gods. Aan de voet van de Pines Peak (4300 m) zie je hier smalle hoge rotsformaties tot meer dan 100 meter hoog, van een rood gesteente. Mooie grillige vormen. Het is een klein park, slechts 13 km2. Er loopt een weg omheen die zeer druk is. Het park is dan ook erg geliefd bij de inwoners van de stad. De rotsen kunnen beklommen worden en er wordt gemountainbiked. Nee, rustig is het hier niet. Toch is het bijzonder mooi om te zien en goed om er te zijn geweest.

Dan resten ons nog 120 km naar Denver. De cirkel is bijna rond.

La Quinta Inn and Suites

6801 Tower Road

Denver

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6 juli  Denver

Het is zondag vandaag en we rijden weer naar het centrum. We gaan nog even winkelen in Downtown Denver. Het is 36 graden, maar ondanks die hoge temperaturen is het vrij druk op straat. Er staan enkele piano’s op straat en daar wordt inderdaad zo af en toe (niet onverdienstelijk) op gespeeld. We drinken wat, we lunchen nog en dan rijden we naar het vliegveld. We rijden het centrum uit en komen uit op de 25th street, in de ‘ beruchte’  wijk Five Points. Hier moeten we inderdaad niet zijn, constateren we al heel snel, dit ziet er wel heel erg als ' bende-gebied'  uit, en via een nog louchere straat komen we weer op de snelweg. Het is voorbij. We hebben deze reis vooraf zorgvuldig gepland en uitgestippeld en veel is bewaarheid geworden. We hebben alleen Mesa Verde in Colorado en The arches in Utah moeten overslaan door de onverwachte ziekte van Lione. Inmiddels is het denken over een volgende reis al weer begonnen. En Amerika staat zeker niet onderaan het lijstje.